Praktijk voor craniosacrale therapie in Amsterdam Oost

Cranioworks is een praktijk voor craniosacrale therapie. In 2017 heb ik een vierjarige opleiding aan de Peirsman Cranio Sacraal Academie afgerond en ben nu begonnen met mijn eigen praktijk in Amsterdam Oost. Op deze website wordt uitgelegd wat cranio betekent en welke klachten hiervoor in aanmerking komen. Je vindt ook alle informatie over de praktijk.

In de blogposts op deze pagina lees je over onderzoek op het gebied van complementaire zorg en over gezondheid en alternatieve geneeswijzen in het algemeen.

Wat is eigenlijk fascia?

In de afgelopen decade is fascia een ‚hot topic‘ geworden, in academisch onderzoek en ook in lichaamswerk. Er verschijnen tal van studies, en er is een heleboel nieuwe therapieën op het markt. Maar wat is eigenlijk fascia?

Dat is niet zo makkelijk te zeggen, want de nieuwe studies veranderen het beeld van fascia gaandeweg. Traditioneel wordt het meestal bindweefsel genoemd en heeft de functie de spieren en de organen te omhullen en op een plek te houden. Vroeger werd het niet als bijzonder interessant beschouwd. Men spraak van een dienende, ondersteunende functie. Een encyclopedie schrijft zelfs dat bindweefsel de tussenruimtes vult. Je zou het ook Assepoester orgaan kunnen noemen. Voor de langste tijd sneden de anatomen die ‚troep‘ weg om naar de ‚echte‘ organen en spieren voor te dringen. Maar Assepoester laat nu langzaam haar mooie kanten zien, en deze zijn echt fascinerend. Ik noem hier een paar punten en zal die in de volgende weken en maanden verdiepen:

  • Niet de botten dragen het lichaam, maar de fascia. Het is een heel dynamisch systeem van spanning een tegenspanning. De botten zouden de krachten niet eens kunnen opvangen, ze zijn meer afstandhouders, terwijl de fascia de hele structuren in het lichaam op hun plek houden. (Schulz, Feitis)
  • Het is al lang bekend dat fascia de organen in het lichaam verbindt. Daarom wordt het ook bindweefsel genoemd. Maar dit netwerk is heel omvattend en de verbindingen zijn heel fijndradig tot op het niveau van cellen. Nieuw onderzoek laat zien dat fascia met het interieur van de celen verbonden is. De fascia verbindt als een matrix zo te zeggen elke cel met elke andere cel in het lichaam. (Das, Ithychanda)
  • Fascia heeft een interessante structuur. Het is uit vloeibare kristallen (colagen) gemaakt en kan zijn opbouw constant veranderen. Het reageert op elke beweging en past zich an, blijft stevig en soepel tegelijk. Het wordt daarom ook levende matrix genoemd. (Ho)
  • Fascia transporteert vocht. Het is sowieso een heel vochtige substantie. Een kwart van het gebonden water in het lichaam zit in de fascia. Maar de fascia kan te veel of te weinig vocht hebben. Het kan opdrogen en verkleven. Onderrugpijn, nek of schouderklachten hebben vaak met verklevingen in de fascia te maken. In gezonde fascia vloeit water in een heel trage ritme. Cranio-therapeuten kunnen met dit ritme werken. (Schleip)
  • Al 100 jaar geleden heeft de stichter van de osteopathie gesteld dat er zonder twijfel zenuwen in de fascia moeten zitten. Lang was dat niet de officiële leermening. Maar recente onderzoek laat zien dat veel mechano- en pijnreceptoren in de fascia zitten. Nu wordt fascia zelfs als de meest geïnnerveerd weefsel in het lichaam gezien. Vanuit de fascia communiceren deze zenuwen constant informatie over positie: waar in de ruimte bevindt zich de arm, het been of het hoofd. Je zou de fascia ook onze grootste zintuig kunnen noemen. (Schleip, Langevin)
  • Fascia communiceert: het gebruikt daarvoor elektrische ladingen en licht. Terwijl de zenuwen alleen maar de belangrijke en grotere signalen naar de hersenen brengen, reageert fascia ook op minuscule inputs. Het is een razendsnelle communicatie – daarentegen zijn de signalen van de zenuwen behoorlijk traag. Een grote hoeveelheid aan informatie ‚fluistert‘ door het netwerk van de fascia. En dat is misschien ook de basis van alle zachtere therapievormen. (Oschman)

Al deze punten wijzen erop dat de fascia een centrale rol bij de regulering en de integratie van het organisme speelt. Andrew Still, de stichter van de osteopathie heeft al voor honderd jaar voor de fascia gekozen als basis van zijn gezondheidsleer. „Door de actie van de fascia leven we, door zijn falen sterven we. De ziel van de mens met all het stromen van levend water lijkt in de fascia te huizen.“ (A.T. Still, The philosophy of osteopathy, 1899)

Fascinerende fascia – de wereld van het bindweefsel

In Nederland lijkt het soms, alsof de reguliere geneeskunde alleen maar strijdig is met de alternatieve. Deze tegenstelling is niet nodig, zoals uit nieuwe onderzoek blijkt. In de wereld van bindweefsel, van fascia vindt een toenadering van de beiden plaats. Acupunctuur, cranio en rolfing hebben al langer de betekenis van fascia voor het werken en het regenereren van het lichaam ontdekt. Nu hebben ook wetenschappers de diepere structuren van deze rare witte massa ontdekt.

Fascia legt verbindingen in het hele lichaam. Het is vloeibaar, maar het kan ook verkleven. Trauma’s, verkeerde bewegingspatronen en stress hebben blijkbaar meer effect op de fascia dan op de spieren. Een fascinerende documentaire van ARTE geeft een overzicht over nieuwe onderzoek op dit gebied. Het laat de samenhang van fascia, stress, te weinig beweging en chronische rugpijn zien. De documentaire is in het Duits.

Alternatieve therapieën scoren hoog bij cliënten

Een beetje statistiek  over het gebruik van alternatieve geneeswijzen in Nederland: Uit de Gezondheidsenquête van het CBS (2014) blijkt dat bijna één miljoen mensen in het jaar voor de bevraging een behandeling bij een alternatieve genezer hebben ondergaan.  Dat is rond de 6% van de bevolking. Een CBS-enquête uit 2003 ging nog van 10–15% uit. De studie uit 2003 klopt  beter in vergelijking met een onderzoek van de stad Amsterdam uit 2010. Daarin hebben 22% van de respondenten aangegeven in het jaar voor het onderzoek een alternatieve therapeut te hebben bezocht.

Nederland is van de hoogontwikkelde landen een hekkensluiter wat de gebruik van alternatieve geneeswijzen betreft. In Frankrijk, Duitsland, Zwitserland en Amerika liggen deze getallen zo boven de 40%. Hekkensluiter zeg ik, omdat het gebruik in alle landen sinds de jaren 1960 steeds stijgt, maar in dit geval blijkt Nederland achteraan te lopen.

Onder de gebruikers van alternatieve geneeswijzen zijn twee keer zo veel  vrouwen als mannen. De meesten zijn tussen de 30 en 65 en de meerderheid is hoogopgeleid. Ze geven hun therapeuten ook hoge cijfers. Gemiddeld een 8,1. De huisartsen en de specialisten krijgen slechts een 7,7 en 7,8.

 

 

Lubach omhelst de farma

Op 8 oktober ging het bij Zondag met Lubach over alternatieve geneeswijzen. Ik vind Lubach meestal wel grappig en hij stipt ook vaak belangrijke maatschappelijke vraagstukken aan. Maar deze aflevering vond ik wat minder (en dat is misschien niet verbazend).

Lubach zei min of meer dat er aan de ene kant reguliere geneeskunde is en die is bewezen en aan de andere kant alternatieve geneeskunde en die is niet bewezen en mag zich daarom geen geneeskunde noemen. Maar zo simpel is het niet. In dit bericht buig ik me over zijn expliciete en impliciete stellingen en kijk ik of het ook klopt wat hij zegt. Summier zijn er drie stellingen:

  1. In de reguliere geneeskunde is alles bewezen.
  2. Er zijn geen bewijzen voor de werkzaamheid van alternatieve therapieën.
  3. Bewijs moet de gouden standaard voor de hele geneeskunde zijn.

1) Geneeskunde op basis van bewijs (of beter ‘evidence based medicine’) is een beweging die in de jaren 1960 is ontstaan vanuit een antiautoritair idee. Niet meer de mening van een autoriteit moet de maatstaf van een behandeling zijn, maar het bewijs dat het werkt. Er zijn verschillende methodes ontwikkeld om de kwaliteit van een behandelmethode te kunnen meten: dubbelblinde tests, randomized control trials (RTC) en meta-analyses, waar meerdere RTCs worden vergeleken.
In de afgelopen decennia is Het aantal studies explosief gegroeid en bewijs van effectiviteit wordt meer en meer de grondslag voor klinische beslissingen. Naast statistische bewijzen hebben artsen ook hun ervaring uit de praktijk. Verder hebben ze fysiologie en pathologie geleerd en kunnen op basis van die kennis conclusies trekken. De voorstanders van de ‘evidence based medicine’ willen dat deze methodes slechts een marginale rol spelen. In de jaren 1990 was naar schatting 20-70 procent van de behandelingen in de reguliere geneeskunde op bewijs gebaseerd. Vandaag gaat het volgens de voorstanders meer in de richting van 80 of 90.1
Klopt dus de stelling van Lubach dat alles in de reguliere geneeskunde bewezen is? Dat willen de voorstanders van de ‘evidence based medicine’ graag, maar het klopt niet helemaal. Artsen doen dus ook vaak dingen die ze naar hun beste weten en geweten doen. Daar is ook niets mis mee want geneeskunde is niet alleen maar een wetenschap, maar ook een kunst.

2) De beweging voor ‘evidence based medicine’ zien hun methodes als enige grondslag voor alle geneeskunde. Voor hen is er alleen maar bewezen geneeskunde of geen – in ieder geval geen alternatieve, zoals Lubach dat ook beweerde. In reactie daarop zijn in de afgelopen 20 jaren steeds meer studies ontstaan die de werkzaamheid van zekere alternatieve methoden willen bewijzen. Deze studies omvatten o.a. Chinese geneeskunde, acupunctuur, massage, shiatsu, osteopathie en craniosacrale therapie (en als ik van alternatieve geneeskunde spreek, zo denk ik aan deze therapievormen). Wat cranio betreft zijn er tot nu toe 13 RTCs en 3 meta-analyses gedaan. Een van deze meta-analyses over chronische pijn laat zien dat cranio een duidelijke effect heeft in vergelijking met geen behandeling en met nep-aanraking.

Maar daarmee wordt deze behandeling nog niet automatisch als bewezen beschouwd. De Cochrane review, ook de bijbel van de ‘evidence based medicine’ genoemd, bekritiseert de kwaliteit van de studies. Vaak staan er conclusies zoals ‘er zijn meer studies nodig’, of ‘het aantal van participanten was te klein’, of ‘de effecten waren niet specifiek genoeg’. De eisen voor een bewijs zijn hoog. Alleen grote ziekenhuizen en de farmaceutische industrie hebben het geld en het personeel, om grootschalige studies uit te voeren. De meeste geaccepteerde studies komen uit de acupunctuur, maar het bewijs van effectiviteit was niet genoeg. Het werd pas geaccepteerd toen de reguliere geneeskunde met een theorie van de werking opkwam die bij het dominante beeld van ziekte paste.2

Precies dat model van ziekte is een probleempunt en is de oorzaak dat binnen de alternatieve geneeskunde de deelname aan studies omstreden is. De ‘evidence based medicine’ beschouwt ziekte als een vast iets dat onafhankelijk van het zieke individu kan gemeten en beschreven worden. Maar deze opvatting die de basis legt voor RTCs wordt door vele alternatieve richtingen niet gedeeld. Bij cranio  staat  een mens met zijn hele geschiedenis  in het centrum.  Een eerste intake duurt vaak een half uur, er is dus veel tijd voor de cliënt om zijn situatie te vertellen. Door de systemische aanpak is er minder focus op het symptoom zelf. Nekpijn is daar geen vast iets dat een zeker behandelingsmethode vraagt, maar een verschijnsel van een individuele lichaam. Bij de ene heeft het met een valpartij als kind te maken, bij de ander met een psychisch trauma en bij de derde met chronisch verkeerd gebruik van de spieren. Afhankelijk daarvan gaat de therapeut verschillende routes volgen.

Klopt dus de tweede stelling? Nee, want er zijn bewijzen voor de werking van enkele richtingen. Maar die worden pas geaccepteerd als het ook in de theorie past. Zolang de alternatieve methodes andere theorieën over ziekte hebben, kunnen ze ook niet bewezen worden.

3) Moet dan de RTC de enige grondslag voor de hele geneeskunde zijn?

De ‘evidence based medicine’ heeft een fundamenteel probleem: Het gaat over statistiek, maar naar de praktijk komt een individu, mensen met een persoonlijk verhaal. De statistiek hoeft niet te kloppen voor het individu. Een reden kan zijn dat studies zich nog te vaak op witte mannen richten, maar ook simpelweg omdat iedere mens zijn eigen combinatie van klachten en zijn eigen voorgeschiedenis heeft. De onderzoeken geven dus niet antwoord op de vraag, wat de beste behandeling voor die éne patiënt in de praktijk is.

Een grote deel van de patiënten van alternatieve therapieën kiest ervoor, omdat ze in de reguliere geneeskunde niet de hulp hebben gevonden die ze nodig hadden. De voordelen van cranio liggen in het bijzonder bij niet-specifieke klachten zoals chronische pijn of vermoeidheid. Waarom zou dan precies voor deze mensen geen opvangnet meer zijn, een net dat ook niet zo duur is? De meeste mensen zijn immers heel tevreden met de zorg die ze bij alternatieve therapeuten krijgen.

Waarom we pijn niet goed begrijpen

Een artikel op de hardlopers-website simplifaster.com legt een paar misvattingen over pijn uit. De auteur beweert dat veel mensen (en ook medisch personeel) een cartesiaans model van pijn hebben. Pijn wordt door iets van buiten of door een ongewenste verandering in het lichaam veroorzaakt. Veel mensen denken dus dat pijn iets met een beschadiging van weefsel of botten te maken heeft en dat je de oorzaak ervan ook duidelijk kan benoemen.

Maar dat beeld is misleidend, vooral als we de pijn langer dan verwacht blijft bestaan. Studies uit de neurowetenschap en pijn wetenschap laten zien, dat de samenhang tussen een letsel en pijn complexer is dan het cartesiaans model doet denken. Er zijn vier mogelijkheden: Je kan geen pijn hebben en geen weefselschade hebben en je kan pijn en weefselschade hebben. Dat is vanuit het cartesiaans model te verwachten. Maar een grote percentage van mensen heeft óf een weefselschade en geen pijn óf geen weefselschade en alsnog pijn.

De meerderheid van de oudere mensen heeft bij voorbeeld een vorm van degeneratie in de bandschijven of de meniscus. Maar weinigen hebben daardoor last van pijn. Waarom hebben sommige mensen dan wel pijn? Om dat te begrijpen moet je pijn als een adaptieve reactie in het lichaam begrijpen die wil voorkomen dat je lichaam beschadigt raakt. Daar spelen veel verschillende factoren mee: de stress in de omgeving, de waarneming van gevaar, jouw overtuigingen, jouw verwachtingen en jouw ervaringen in het verleden.

Pijn is een van de alarmsystemen van het lichaam en reageert op dreiging, gevaar en letsel. Omdat het een intelligent systeem is, kan het ons al waarschuwen voor dat we een letsel oplopen. Pijn is dus een beschermingsmechanisme van het lichaam.

Deze beschrijving van pijn komt goed overeen met hoe we het benaderen vanuit cranio. Vaak komen mensen naar een cranio therapeut die al een tijdje met iets zitten. Dan begint een speurtocht na de mogelijke oorzaken van de pijn. Daar kan de stress in het lichaam een rol spelen of fysieke/emotionele trauma’s in het verleden. Bewustzijn over de oorzaak kan vaak de sleutel zijn om beter met de pijn te kunnen omgaan of het helemaal los te laten.